Vijftigduizend eetbare planten

Wereldwijd zijn er meer dan vijftigduizend eetbare planten. Maar dertig soorten dragen substantieel bij aan onze voedselproductie. Daarvan nemen de akkerbouwgewassen rijst, tarwe en mais de helft van de voedselvoorziening voor hun rekening, met monoculturen tot gevolg. Deze monoculturen zijn weliswaar efficiënt, maar het ecosysteem lijdt eronder. De bodem wordt namelijk te eenzijdig gebruikt en verarmt, het bodemleven verdwijnt en nuttige insecten blijven weg. Ook is een monocultuur vatbaarder voor ziekten en plagen. Bij natuurinclusieve landbouw streef je als boer juist naar diversiteit in gewassen omdat die stabiliteit in het systeem brengt. Je zorgt ervoor dat de natuur zijn nuttige werk doet, en daar profiteer je direct van.

Diversiteit in teelten, ruimte en tijd

Op een natuurinclusief akkerbouwbedrijf kun je strokenteelt, mengteelten, mozaieken in het veld, bomen, struiken, bloemrijke akkerranden en houtwallen vinden: daar komen bestuivers, vogels en allerlei andere nuttige organismen op af. Ook het bouwplan is ruimer opgezet. Dat zijn allemaal elementen die leiden tot meer biodiversiteit. Daarnaast neemt de weerbaarheid van het bedrijf toe. Wil je weten welke gewassen bijdragen aan natuurinclusiviteit op jouw akkerbouwbedrijf? Lees dan verder.

Gemengde bedrijfsvoering ideaal

Eigenlijk is een gemengd bedrijf met akkerbouwgewassen, voedergewassen en dieren ideaal. Dan ontstaat een veel meer gesloten kringloop van nutriënten- en voedselstromen. In de praktijk is zo’n bedrijfsvorm echter niet zo eenvoudig, omdat ondernemers zich vaak al gespecialiseerd hebben in akkerbouw of veeteelt. Samenwerking tussen akkerbouwers en veetelers is hierbij een goede oplossing: dan wissel je stro en mest uit, sluit je de kringlopen regionaal en kun je de bouwplannen deels op elkaar afstemmen. Bovendien leer je veel van elkaars kennis en kunde.

//www.natuurinclusief.info/media/2020/06/akkerbouw.jpg

Ook op bomen en struiken komen nuttige organismen af die bijdragen aan de weerbaarheid.